Leestijd 137 sec.
Een kerkdienst heeft structuur. Het maakt niet uit welke denominatie je daarbij aanhangt. De dienst opent met het aanroepen van God, gevolgd door gezang, Bijbellezen, bidden, de preek, opnieuw zingen, bidden, collecteren en na een zegen weer naar huis. Dit doen we al eeuwen zo. Waarom? Omdat we ooit bedacht hebben dat het zo goed is. En we hechten er waarde aan.
Uit de Bijbel
De structuur van een dienst valt echter niet letterlijk uit de Bijbel te halen. Nergens lezen we een gebod voor hoe een samenkomst er uit moet zien. Wel pakken we brieven uit het Nieuwe Testament en rituelen van het oude Israel. Door hier de meest duidelijke elementen uit te pakken komen we tot een herkenbare liturgie. Niets mis mee! We beginnen snel te zuchten als de preek langer dan 30 minuten duurt of de verkeerde liedjes gezongen worden. Als een voorganger te lang of te onduidelijk praat, beginnen we massaal te knikkebollen. Is de preek te ingewikkeld, dan klagen we daarover na afloop flink.
U
Paulus, auteur van de meeste Nieuw-Testamentische brieven heeft veel gezegd over hoe een kerkdienst er uit hoort te zien. Toch heeft ook hij soms maling aan de gangbare structuurtjes. In Handelingen 20 lezen we een voorbeeld van een preek waar je u tegen zegt:
Op de eerste dag van de week kwamen we bijeen voor het breken van het brood. Paulus, die van plan was om de volgende dag verder te reizen, hield een toespraak voor de leerlingen die tot midden in de nacht duurde. We waren bijeengekomen in een bovenvertrek, waar veel olielampen brandden. Een jongeman die Eutychus heette, zat in het venster en werd door slaap
overmand toen Paulus maar doorging met zijn toespraak. Diep in slaap verzonken viel hij van de derde verdieping naar beneden; toen men hem optilde bleek hij dood te zijn. Paulus ging naar beneden, ging op hem liggen, sloeg zijn armen om hem heen en zei: ‘Houd op met dat misbaar, want hij leeft!’ Hij ging weer naar boven, brak het brood en at. Daarna onderhield hij zich nog lange tijd met de leerlingen, tot het aanbreken van de ochtend. Toen vertrok hij. De leerlingen namen de jongeman, die weer tot leven was gekomen, met zich mee en voelden zich gesterkt door wat er was gebeurd.
Inhoud voorop
Een toespraak tot midden in de nacht. Kom daar nog eens om. En dan klagen wij als de preek een kwartiertje langer duurt? Paulus had aan een paar uur nog niet genoeg! We leren hiervan dat het hebben van structuren goed is, ook in de kerk, maar als er af en toe van moet worden afgeweken is daar weinig mis mee. De inhoud staat voorop. Heel ver daar achteraan pas de vorm.


Zondagfeelgoodfilm: 'bidden'